Naar het theater

Villa Fantoom was een heel leuk toneel. Er waren zes poppen bij: Vuurgeest, François, Weer-niet-Wolf, Piraat, Borrel en de poetsvrouw. Er was ook een mens: Amélie. Soms was het erg donker. Dat was eng. De gravin was met haar sportwagen in een ravijn gereden. Amélie erft de villa van de gravin. De butler François heette haar welkom in de villa. Ze kwam eerst de Vuurgeest tegen. Hij danste erg goed. Toen kwam ze de poetsvrouw tegen. Amélie wou een schat vinden en dan zo snel mogelijk verdwijnen. Ze vroeg aan de poetsvrouw of zij wist waar die schat lag. Helaas… Toen kwam de Weer-niet-Wolf. Hij was supergrappig. Amélie vroeg weer of hij de schat wist liggen. Helaas… Amélie kwam vervolgens Borrel tegen. Die vertelde een lang verhaal over de schat. Amélie vroeg weer hetzelfde. Helaas… Daarna kwam ze de Piraat tegen. Hij had een houden been. Ook hij wist de schat niet liggen. Uiteindelijk kwam Amélie François weer tegen. Omdat Amélie beslist had te blijven, toonde hij haar eindelijk het geheim van de schat!